- Kijkwijzer 12
Wat maakt een film tot een klassieker, en wie bepaalt dat eigenlijk? In dit eerste deel bekijken we films die vaak worden beschouwd als hoekstenen van de filmcanon, zoals Citizen Kane, Ladri di biciclette, Les Quatre Cents Coups en The Godfather. Aan de hand van deze titels onderzoeken we hoe vorm, thematiek en historische context ons idee van filmkwaliteit hebben gevormd. Tegelijk stellen we de vraag of ‘tijdloos’ ook betekent dat een film boven kritiek verheven is. Sommige werken werden pas jaren later als meesterwerk erkend, terwijl andere vooral klassiek zijn geworden doordat ze eindeloos werden geciteerd en nagevolgd. Deze bijeenkomst legt de basis voor de rest van de cursus: smaak blijkt minder vanzelfsprekend dan vaak wordt gedacht.
Niet alle invloedrijke films begonnen als prestigeproject. In dit deel richten we ons op low-budget cinema en genrefilms die aanvankelijk werden afgedaan als pulp, maar later van grote invloed bleken. Night of the Living Dead veranderde de horrorfilm voorgoed, terwijl het Japanse Hausu pas decennia later werd herontdekt als cultklassieker. Ook Aguirre, der Zorn Gottes laat zien hoe een ruwe, onconventionele productie kan uitgroeien tot een mijlpaal binnen de arthousecinema. We onderzoeken hoe cinefiele herwaardering werkt en waarom sommige films hun tijd ver vooruit zijn. Pulp blijkt daarbij vaak verrassend vernieuwend.
Wanneer wordt een film camp, en waarom spreekt dat ons zo aan? In dit deel staan films centraal die spelen met stijl, melodrama en overdaad — soms bewust, soms onbedoeld. Denk aan de vroege films van Pedro Almodóvar, waarin kleur, emotie en ironie samenkomen, of aan Paul Verhoevens Showgirls, een film die bij verschijning werd neergesabeld maar inmiddels cultstatus geniet. We benaderen camp niet als een grap, maar als een serieuze esthetiek waarin smaak, identiteit en macht samenkomen. Is camp een manier om een film uit te lachen, of juist om er met liefde naar te kijken? En hoe verandert onze blik op films door de tijd?
In het slotdeel wordt duidelijk hoe poreus de grens tussen ‘hoog’ en ‘laag’ eigenlijk is. Regisseurs als Quentin Tarantino en John Carpenter omarmen pulp, genre en de B-film, maar worden tegelijkertijd gezien als auteurs met een uitgesproken stijl. Films als Pulp Fiction en Halloween tonen hoe genreconventies, referenties en persoonlijke signatuur kunnen samensmelten tot cinema die zowel een breed publiek als filmliefhebbers aanspreekt. Ook recente films laten zien dat deze kruisbestuiving nog altijd springlevend is. We sluiten af met de vraag hoe we vandaag naar cinema kijken, en of het onderscheid tussen klassieker en pulp nog wel relevant is. Misschien zegt onze smaak uiteindelijk vooral iets over hoe we hebben leren kijken.
Tijdens zijn studie Theater-, Film- & Televisiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht verdiepte Rudi de Boer zich in filmgeschiedenis en diverse filmculturen. Al snel ontdekte hij dat er grote behoefte bestond aan filmeducatie. Hij begon filmcursussen te geven aan medestudenten en zette die traditie na zijn afstuderen voort in verschillende filmtheaters. Inmiddels verzorgt hij door het hele land inleidingen, filmlezingen, lessen en cursussen. Ook leidt hij nagesprekken bij festivals als het International Film Festival Rotterdam en het Nederlands Film Festival.
Steven Spielberg zei ooit: “I dream for a living.” Rudi werd zelf geen filmmaker, maar wist wél zijn droom te realiseren: van zijn passie zijn beroep maken. Zijn liefde voor film is breed: van blockbusters en klassieke meesterwerken tot obscure Franse arthouse en cultfilms. In elke film vindt hij iets om over te filosoferen.
Prijzen seizoen ’26-’27
Filmcursus Regulier | Reeks | €70
Filmcursus CJP/Student/U-Pas Korting | Reeks | €60
Losse les | € 20
Cineville + Toeslag | Losse les | €15